|
Artikel 8: Monsterbehandeling
1. De opdrachtnemer verplicht zich alle door hem getrokken monsters
te administreren en, voorzover niet verzonden overeenkomstig de
richtlijnen en instructies van de opdrachtgever, te (doen) bewaren
in daarvoor door de opdrachtnemer te bepalen geschikte ruimten.
2. Indien de opdrachtgever andere bewaarruimten dan door de opdrachtnemer
beschikbaar gesteld, voorschrijft, komt het bewaren van de monsters
voor rekening en risico van de opdrachtgever.
3. Het bewaren van monsters, die naar het oordeel van de opdrachtnemer
en/of op grond van overheidsvoorschriften afzonderlijke opslag behoeven,
komt voor rekening en risico van de opdrachtgever;
het staat de opdrachtnemer bovendien vrij de bewaring van dergelijke
monsters te weigeren.
4. De monsters worden bewaard gedurende een met de opdrachtgever
overeengekomen periode danwel gedurende een periode zoals voorgeschreven
in het op de desbetreffende goederen toepasselijke (standaard) handelscontract.
Bij gebreke van een bepaalde bewaartermijn zal de toepasselijke
bewaartermijn geacht worden 3 maanden te zijn.
5. Na verloop van de toepasselijke bewaartermijn zullen de desbetreffende
monsters worden vernietigd, tenzij de opdrachtgever voor het einde
van de toepasselijke bewaartermijn andersluidende instructies heeft
verstrekt. Het langer bewaren van de monsters dan gedurende de toepasselijke
bewaartermijn komt voor rekening en risico van de opdrachtgever.
6. Kosten voor (ambtelijke) vernietiging van monsters die als schadelijk
of anderszins als gevaarlijk zijn te beschouwen alsmede van die
monsters die zich onder douane-toezicht bevinden, komen op basis
van verschotten ten laste van de opdrachtgever. |