Artikel 6: Retentie en pandrecht

1. De opdrachtnemer zal gerechtigd zijn zaken, documenten, rapporten en gelden terug te houden voor rekening en risico van de opdrachtgever en/of eigenaar tot de volledige voldoening van zijn vorderingen, die hij ten laste van de opdrachtgever en/of van de eigenaar heeft of mocht krijgen.

2. Alle zaken, documenten, rapporten en gelden, die de opdrachtnemer uit welke hoofde en met welke bestemming ook onder zich heeft of zal krijgen, strekken hem tot onderpand voor de in artikel 6.1 bedoelde vorderingen.

3. Bij niet voldoening van de vordering is de opdrachtnemer gerechtigd de verkoop van het onderpand danwel hetgeen hij uit hoofde van zijn retentierecht onder zich houdt op de bij de Wet bepaalde wijze ter hand te (doen) nemen.

4. Indien door de opdrachtnemer aan de opdrachtgever periodiek bedragen in rekening worden gebracht, geldt iedere termijn als een vordering bedoeld in de artikelen 6.1, 6.2 en 6.3. Zulks geldt ook voor termijnen die de opdrachtgever nog verschuldigd is uit hoofde van vorige opdrachten.

terug naar de inhoudsopgave